JacobFresco.NL

Het huis van een digitale zwerver

Waarom ik blij word van sneeuw… (en Nederland ook)

Laten we eerlijk zijn; je wordt niet vrolijk van 2021. En van 2020 ook niet echt. En dat merk je om je heen; mensen zijn knorrig, snel aangebrand en gezelligheid is ver te zoeken. Let wel; dit is geen waardeoordeel, slechts een constatering. De corona-pandemie en lockdown-met-avondklok, gecombineerd met het grauwe, natte weer van de afgelopen weken, nopen niet tot veel vrolijke gezichten. Het collectieve humeur van Nederland staat al maanden op onweer. En de afgelopen weken ‘zakte het glas’ nog een stukje meer; na de invoer van de avondklok deden zich her en der rellen voor en even leek het of voetbal als nationale sport voorbij gestreefd werd door ‘schop-een-jumbo-in-elkaar‘ en ‘stenen-gooien-naar-de-politie‘.

Lees meer

Kapot…

Je was ‘gewoon’ mijn oom. Oudoom. Oude oom. Ome Meijer.

Als kind was een tripje naar Zeeland gegarandeerde lol. Lekker met Marloes en Ramon spelen in een van lege kamers in het hotel in Zoutelande. Je 75ste verjaardag aan het Veerse Meer, waar ik, met een kater van jewelste van de avond tevoren, kennis maakte met de familie Potman. Het verhaal over ‘moos dat slinkt in de pot’ is, ondanks die kater, altijd blijven hangen.

In de jaren erna vaak de (trein)rit naar Kamperland gemaakt. Eerst bakkie doen, dan een rondje Veerse Meer met nog een bakkie om vervolgens een happie te eten bij Marloes en John in Wissekerke. In 2009 met Claudia met jouw hulp onze eerste auto gekocht bij Van Halst. Die auto heeft ons ver gebracht (vrij letterlijk zelfs, van Noord Noorwegen tot Zuid-Frankrijk). En heel vaak naar Kamperland. Venhuizen heeft de-zwarte-Citroën-met-de-witte-eland niet meer gered, die was op dat moment al ingeruild voor een iets modernere Renault Megane. Die auto bracht ons afgelopen vrijdagavond ook met gezwinde spoed naar het ziekenhuis in Hoorn. En hoewel ik (en met mij iedereen) tegen (veel) beter weten in hoopte dat je ook hier weer doorheen zou komen, zoals je de afgelopen jaren zoveel hebt doorstaan, vaak op pure wilskracht en humor, bleek die laatste val je dan toch te machtig. Ik wilde die avond eigenlijk niet weg. Maar ik moest wel. Mijn woorden tegen mama ‘als ik vanavond wegga, zie ik ‘em nooit meer‘, bleken de harde waarheid, want zaterdagochtend volgde het gevreesde telefoontje van Marloes dat je ’s nachts was overleden. Volgens Lotte ben je nu bij de poezen om met ze te spelen (de onschuld van een kind zullen we maar zeggen), wij zijn kapot en wat rest is je afscheid.

Ome Meijer, dank je wel. Dank je wel voor zovele keren lachen, gieren brullen, voor de mooie verhalen over pa en jullie tijd in Zwitserland, voor de gastvrijheid, en gewoon voor jezelf. Als je opa ziet, wil je hem dan een knuffel geven ons? Zeg maar tegen hem dat we hem missen zoals we jou nu missen.

Dag ome Meijer…

Geen kampioen. En nu?

Ja, ik heb goed geslapen vannacht. Had ook gewoon trek vanochtend. Waarom niet? Omdat Ajax geen kampioen geworden is? Vijftien, twintig jaar geleden had ik nu nog chagrijnig in mijn bed gelegen, het dekbed over mijn hoofd getrokken. Ik had geen kranten gelezen, geen TV gekeken, geen radio geluisterd. Maar nu? Ja, natuurlijk had ik er gisteravond de ziekte in. Uiteraard heb ik zitten vloeken voor de TV. En natuurlijk had ik even geen zin in de grappig bedoelde opmerkingen van mijn ADO-, PSV- en Feyenoord-vrienden op Facebook en Whatsapp. Maar kom op; het leven gaat wel gewoon door. Er komt een nieuw seizoen aan, met nieuwe kansen en nieuwe prijzen.

En waarschijnlijk een nieuwe trainer. En ergens vind ik dat jammer. Want ik ben altijd al een fan geweest van Frank de Boer. Ik ben ‘groot’ geworden in de glorietijd van Ajax ’95, met Frank de Boer, Edwin van der Sar, Marc Overmars, Jari Litmanen en Danny Blind. En laten we heel eerlijk zijn; vier keer kampioen worden 5,5 jaar als coach is een prima moyenne. Veel coaches doen een moord voor dat gemiddelde.

Maar aan de andere kant is het ergens duidelijk dat Frank de Boer ‘klaar’ is bij Ajax. Want ik mag dan een Ajacied in hart en nieren en groot fan van Frank, Marc en Edwin zijn, Ajax heeft het verlies gisteren volledig aan zichzelf te wijten. Uiteraard niet in de laatste plaats door het lamlendige spel tegen de Graafschap (dat er, eerlijk is eerlijk, letterlijk alles aan deed om Ajax uit z’n spel te halen, en met succes), maar toch vooral door de verliespunten door het seizoen heen die niet nodig waren. De late gelijkmaker tegen Roda JC, de met moeite uit het vuur gesleepte punt tegen Utrecht, de belachelijke puntendeling tegen NEC, het heeft de competitie spannender gemaakt dan strikt noodzakelijk. Natuurlijk, er waren ook mooie dingen; de 0-2 uitoverwinning bij PSV, de zes goals tegen Roda JC, maar ook het feit dat Ajax de minste tegendoelpunten kreeg dit seizoen; de schitterende goal van Bazoer tegen Feyenoord, de belangrijke goals van Cerny, de o zo belangrijke kopballen van Mighty Mike. Maar toch overheerst die grote teleurstelling, want Ajax staat met lege handen. PSV pakte voor het tweede jaar op rij de schaal en in Rotterdam zijn ze zo blij als een kind met de KNVB-beker.

Terug naar Frank de Boer; ik denk dat het ook voor De Boer zelf beter is als hij z’n heil elders zoekt. Hij heeft bij Ajax fantastische dingen gedaan, dingen die niemand ooit voor mogelijk hield. Hij gaf ons supporters op die inmiddels magische 15 mei 2011 die felbegeerde derde ster en legde in de seizoenen daarna een stevig fundament voor de vierde. Maar gedurende die seizoenen werd het voetbal steeds minder. Bepalende spelers vertrokken en de vervangers die werden aangetrokken voldeden maar zelden. Dat is geen kritiek op het salarisplafond, want ik ben er van overtuigd dat dat de juiste manier van zakendoen is, als je financieel gezond wenst te blijven. Het is echter wel kritiek op de scouting, die, samen met het technische hart, in sommige gevallen wel voor een heel klein dubbeltje op de eerste rang wilde zitten. Aan de andere kant; wij supporters zijn soms ook veel te snel te kritisch. Toen Milik en later Younes gepresenteerd werden, was de kritiek niet van de lucht. PSV had Luuk de Jong opgehaald en bij Twente liep een zekere Hakim Ziyech te verpieteren. En toch is het voor de niet onaanzienlijk deel aan de goals van onze Poolse en Duitse voorhoede te danken dat we op de laatste speeldag überhaupt nog meededen om de titel.

Wederom terug naar Frank de Boer; waar moet hij nu heen? Ik gun hem een mooie Engelse club, eentje die met regelmaat meedoet om de prijzen. En ik hoop voor hem dat de supporters hem daar net zo in de armen sluiten als wij tijdens z’n eerste half jaar. Want dat heeft hij verdiend. Na vier titels en twee tweede plekken in amper zes jaar tijd heeft hij dat gewoon verdiend. Net zo goed als hij een fantastisch afscheid heeft verdiend in een volle Arena. Met alle spelers die hij beter heeft gemaakt en die hij heeft moeten laten gaan. Want het staat als een paal boven water dat Frank de Boer spelers beter maakt. Alleen nu even niet meer bij Ajax.

En dan Ajax. Wat nu? We zijn geen kampioen geworden. En hoewel dat pijn doet, is het natuurlijk geen wereldramp. Het is een utopie om te denken dat je ieder jaar wel even kampioen wordt. Ook iedere twee jaar is onmogelijk. Vier jaar achter elkaar zoals we dit ‘gewend zijn’, is een zeldzaamheid. Ajax zal moeten gaan bouwen. Met een nieuwe trainer. En ongetwijfeld met een aantal nieuwe spelers. Maar zoals ieder jaar zie ik het volgende seizoen met vertrouwen te gemoed. Maar dat was ook zo geweest met Frank de Boer als coach van ons aller Ajax.

Een eventuele nieuwe trainer krijgt direct de kans om z’n stempel te drukken, want in juli al wacht de voorronde Champions League. Het zou lekker zijn voor het zelfvertrouwen van de spelers en het vertrouwen van de supporters als de groepsfase eens gehaald zou worden. Over overwinteren in de CL ga ik het niet hebben, dat is een stap te ver. Opnieuw beginnen met opbouwen, dat is het devies. En onthouden dat je Ajax bent! De club van Cruijf, Swart en Litmanen, maar ook de club van Frank, Edwin en Marc!

#wzawzdb