‘Peloton! Geef acht!’ Ik stap in de houding voor het taptoesignaal, twee minuten stilte en het Wilhelmus. Het is 4 mei 2014, acht uur ’s avonds en ik sta in de eerste wacht bij het monument op de Waalsdorpervlakte nabij Den Haag. Tijdens de twee minuten stilte moet ik ineens denken aan mijn oma. Niet aan mijn opa, wat gezien de dag, het tijdstip en de locatie veel voor de hand liggender zou zijn, maar aan mijn oma. Hoe zij na de oorlog met haar twee zoons, maar zonder haar joodse man, verder moest.
Mijn opa stierf, hij was joods en dus moest hij dood. Klinkt een beetje kort door de bocht en grof, en dat is het ook. Dat gegeven houdt me al heel wat jaren bezig, het is de basis voor het feit dat ik nu in deze erewacht mag staan. Maar ik heb eigenlijk nooit aandacht besteedt aan mijn oma, de vrouw die na de oorlog de ene brief na de andere wegstuurde, met daarin de steeds wanhopiger klinkende roep om informatie over haar man en zijn familie. Niemand die het wist. Zij ook niet. Maar ze moest wel verder, met haar twee opgroeiende kinderen.
Eigenlijk is het raar. Ieder jaar, op 4 mei om acht uur ’s avonds, herdenken we de mensen die zijn omgekomen in de tweede wereldoorlog en daarna. Maar we staan niet of nauwelijks stil bij de mensen die na de oorlog zonder man, vrouw, zoon, dochter, vader, moeder of andere familieleden door moesten gaan. Althans, ik tot voor kort niet. Mensen zoals mijn oma, die geen idee had of haar man nog leefde of niet.
Nog steeds in de houding, probeer ik me voor te stellen hoe het moet zijn geweest. Doorgaan, leven, je kinderen opvoeden, liefde geven, uitleggen, werken en tegelijkertijd altijd tussen hoop en vrees over het lot van je man, de vader van je kinderen. Ik geef het op, ik kan het niet. En aangezien mijn oma al jaren niet meer leeft, kan ik het haar niet vragen. Misschien maar beter ook…
Pas als het Wilhelmus start, denk ik ook aan mijn opa. Door hem, vóór hem, sta ik hier vanavond, strak in de houding. Aankomende donderdag (8 mei) zou hij 101 geworden zijn. Ik zal dan een biertje op z’n verjaardag drinken en proosten. Maar dit jaar proost ik ook op mijn oma. Want ook zij verdient dat.
Naschrift: Pas in Januari 1952 ontving mijn oma definitief bericht van het overlijden van mijn opa.
Mooi gesproken.
Dit is nu het derde jaar dat ik de dodenherdenking bijwoon op de Waalsdorpervlakte en elke keer als ik het taptoesignaal en vervolgens de 2 minuten stilte en daarna het Wilhelmus hoor, lopen de koude rillingen over mijn rug en krijg ik natte ogen.
Wat jij schrijft geldt helaas niet alleen voor oma, maar ook voor pa en oom Sjaak. Hoe moet het voor hen geweest zijn om op te groeien zonder vader en met de wetenschap dat deze op brute wijze is vermoord.
Het is goed te zien hoe de dodenherdenking onder de jongeren leeft en dat dit voor altijd zo moet blijven.
Absoluut, ook voor pa en oom Sjaak. Hoewel die de eerste jaren (toen ze nog in Amsterdam woonden) door hun leeftijd waarschijnlijk iets minder van hebben meegekregen.
Prettig om te zien trouwens, dat je ieder jaar naar de Vlakte komt. Aan je foto op Facebook te zien was je er tijdens de 2 minuten. Heb je niet gezien, maar er staan nogal veel mensen…
kippenvel, rillingen en traanvocht; je hebt het weer schitterend verwoord !