Wat is er mis met muziek maken?

Zoals iedereen die mij kent wel zal weten is Show- en Drumfanfare Duindorp vorig jaar Mei, na bijna 73 jaar muzikale Haagse geschiedenis, noodgedwongen gestopt. En dus moest ik, toch nog onverwacht en zeker niet gewenst, ineens op zoek naar een ander cluppie om mijn hobby te kunnen blijven uitoefenen. En hoewel ik die club inmiddels gevonden heb, blijft het stoppen toch een beetje steken. En niet eens zozeer vanwege het stoppen zelf. Ik zou graag het ontbreken en/of annuleren van taptoes, het gemis van de Pieten-optredens, het niet kunnen repeteren, het alleen maar kunnen repeteren zonder uitzicht op optredens, de lockdowns, avondklokken en andere Covid-gerelateerde maatregelen de schuld geven, maar het grootste probleem blijft toch de aanwas van nieuwe leden. En dus vraag ik mij af waarom het zo lastig is om nieuwe leden te vinden voor een hobby waar toch zo heel veel mensen plezier uit halen.

Aanwas van nieuwe, vooral jongere, leden, is voor veel verenigingen een probleem. Ik heb ditzelfde probleem in een vorig leven al eens meegemaakt als teamleider bij een scoutinggroep. Ook daar hetzelfde probleem. Oudere leden vallen af, maar in de jongste speltakken komt er niks bij. Bij Duindorp zag ik hetzelfde probleem; er komen geen nieuwe, jonge leden bij, maar oudere leden haken wel af. Dat is geen vingertje wijzen naar die leden, want eenieder heeft zijn eigen moverende reden om te stoppen. Maar het zorgt wel voor problemen. Problemen voor de club als geheel (kan je een optreden aannemen als er maar 16 man kunnen komen spelen?), maar ook problemen binnen een sectie (wat doe je als de enige trombone niet kan met een optreden?). Nu zat er in Duindorp dusdanig veel muzikaal vermogen dat ook met een kleine(re) bezetting (al dan niet met inleners) gewoon kon worden gespeeld, maar toch jeukte dat altijd een beetje. Het schuurde, omdat je als muzikant altijd voor het beste resultaat wil gaan en dat op deze manier vrijwel nooit lukte. Wederom; dit is geen verwijt, maar een gortdroge constatering.

Kunnen we een vinger leggen op de eigenlijke problematiek? Waarom kiezen jonge kinderen niet (meer) voor de muziek? Hoe komt het dat vrijwel ieder muziekkorps in Nederland, met een enkele positieve uitzondering daargelaten, te maken heeft met terugloop van ledenaantallen. Komt dit door het uniform? De keuze van muziek? De verplichting die in de repleties en optredens zit? Of toch gewoon omdat het niet kan worden gedaan op een scherm of voetbalveld? Of heeft de marchingwereld last van het feit dat kinderen er niet voor kiezen omdat kinderen er niet voor kiezen? Dit klinkt een beetje als circulair redeneren, en dat is het eigenlijk ook. Je moet nl. als kind wel heel stevig in je schoenen staan om een hobby te gaan beoefenen die door je vriendjes als stom/ouderwets/saai* wordt gezien. En waar je dus vrijwel altijd als enige naar toe gaat. Dan kies je toch al sneller voor een volkssport als voetbal of iets dergelijks.

En dat terwijl er toch echt niks leukers is dan muziek maken. Zeker met z’n allen. Repetities zijn gezellig, maar je doet het voor de optredens. De straat op voor een streetparade, de wei in voor een taptoe en, in het geval van Duindorp, de jaarlijke thuiswedstrijd tijdens Vlaggetjesdag bij de haven in Scheveningen. Ja, je had zere poten na het Bloemencorso in Lisse of de carnavals streetparade in Bonn, maar terugkijken op zo’n optreden gaf toch altijd een heel tevreden gevoel. En tijdens de optocht was niks beter dan te zien dat het publiek de muziek waardeert. Daar doe je het uiteindelijk toch allemaal voor. Voor mij persoonlijk voelde de première van taptoeshow ROCK CITY in 2017 toch een beetje als kampioen worden. Het WMC in 2013 dat ik meemaakte als lid van St. Jeanne D’Arc uit Noordwijkerhout was een ander hoogtepunt. Spelen in een stadion met 4000-5000 man publiek geeft een kik, daar kunnen maar weinig dingen tegenop. Tegelijkertijd doet het uitleggen geen eer aan het gevoel. Eigenlijk kan je het niet uitleggen, je moet het meemaken, voelen, beleven. Want dat is muziek; gevoel, beleving en ja, ook; (zachtjes) vloeken, balen, teleurgesteld zijn, repeteren, oefenen, weer balen, opnieuw beginnen, nog een keer proberen, blijven doorgaan. Maar ik vermoed dat dat voor iedere hobby geldt. Ik neem aan dat een, pak ‘em beet, voetballertje toch ook een droom heeft om uiteindelijk te spelen in de Arena, het Philipsstadion of de Kuip. En daar moet je wat voor doen. Daar moet je voor falen, vallen, opstaan en doorgaan.

In het geval van Duindorp is dat doorgaan niet gelukt. Er werd geen vers bloed binnengehaald. Niet omdat het niet geprobeerd is. Want dat is het wel. En wederom; hieraan heeft niemand schuld. Het is de tijdsgeest, vermoed ik. Ik heb een aantal jaar geleden een korte discussie gevoerd met een toenmalige collega die mijn hobby niet zag zitten, want ‘dan moet je met z’n allen zo’n uniform an‘. Ter info; de beste man voetbalt bij de zaterdag amateurs. Op mijn vraag of zijn gehele elftal dan maar allemaal zelf iets uitkoos voor de wedstrijd, kreeg ik ‘nee, natuurlijk niet, je hebt toch je tenue?‘ terug. Het antwoord op mijn vervolgvraag wat nu precies het verschil is tussen mijn banduniform en zijn voetbaltenue is hij me tot op de dag vandaag schuldig. Persoonlijk zie ik het verschil niet zo, maar dat is natuurlijk voor iedereen verschillend.

Ik ben bang dat aan het marchingbandwereldje dezelfde negatieve stereotypen zijn gaan plakken als aan de scouting; ouderbollig, militaristisch, saai. Geen idee waarom, maar het is me jaren geleden al duidelijk geworden dat van dit stigma afkomen veel lastiger is dan je denkt. En eerlijk is eerlijk; het beeld dat sommige concullega-muziekverenigingen uitstralen helpt inderdaad niet mee aan het bestrijden van de stereotypen. Tegelijkertijd kan zo’n vereniging daar niks aan doen. Het is zoals ze zijn, het hoort bij die vereniging. Ieder z’n ding; ik kan me de lol van het gezamenlijk kantklossen of treinen spotten niet indenken, maar er zijn hele volksstammen die er heel gelukkig van worden. En dat is top!

Met het wegvallen van Duindorp is het weer een stukje stiller geworden op straat. Zeker in Scheveningen. Ik heb nu het hart niet om de volgende Vlaggetjesdag te gaan kijken aan de haven. Daarvoor doet het nog te veel pijn. Ik hoop wel van ganser harte dat komend seizoen, na twee jaar doodse stilte, de muziek weer kan en mag klinken tijdens taptoes, streetparades, festivals, braderieën, zaaifeesten, herfstfeesten, de kermis, Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag of waar dan ook.

Ouders van nu; kijk eens of je kinderen het niet toevallig onwijs leuk zouden vinden om een instrument te bespelen. Ga eens kijken bij een vereniging in de buurt. Samen muziek maken is het mooiste wat er is en ik zou het dood- en doodzonde vinden als deze lange traditie uiteindelijk zou verdwijnen…

Ik wil deze blog graag afsluiten met woorden, waarmee ook het allerlaatste samenzijn van Duindorp werd afgesloten, en waar ik het volledig mee eens ben:

Vier het leven; maak muziek!

* Doorhalen wat niet van toepassing is