JacobFresco.NL

Het huis van een digitale zwerver

Waarom ik vind dat Ajax de beker niet te serieus moet nemen…

Huh? Wat zeg jij nou? Moet Ajax de beker niet serieus nemen? Ik hoor de vraag bij wijze van spreken over je lippen rollen. En nee, dat heb ik niet gezegd; ik ben van mening dat Ajax de beker niet TE serieus moet nemen. En dat meen ik oprecht. Het is geinig dat Ajax in 2021 nog steeds de regerend landskampioen én bekerwinnaar is, maar wat mij betreft wint Vitesse de beker dit jaar…

Lees meer

Geen kampioen. En nu?

Ja, ik heb goed geslapen vannacht. Had ook gewoon trek vanochtend. Waarom niet? Omdat Ajax geen kampioen geworden is? Vijftien, twintig jaar geleden had ik nu nog chagrijnig in mijn bed gelegen, het dekbed over mijn hoofd getrokken. Ik had geen kranten gelezen, geen TV gekeken, geen radio geluisterd. Maar nu? Ja, natuurlijk had ik er gisteravond de ziekte in. Uiteraard heb ik zitten vloeken voor de TV. En natuurlijk had ik even geen zin in de grappig bedoelde opmerkingen van mijn ADO-, PSV- en Feyenoord-vrienden op Facebook en Whatsapp. Maar kom op; het leven gaat wel gewoon door. Er komt een nieuw seizoen aan, met nieuwe kansen en nieuwe prijzen.

En waarschijnlijk een nieuwe trainer. En ergens vind ik dat jammer. Want ik ben altijd al een fan geweest van Frank de Boer. Ik ben ‘groot’ geworden in de glorietijd van Ajax ’95, met Frank de Boer, Edwin van der Sar, Marc Overmars, Jari Litmanen en Danny Blind. En laten we heel eerlijk zijn; vier keer kampioen worden 5,5 jaar als coach is een prima moyenne. Veel coaches doen een moord voor dat gemiddelde.

Maar aan de andere kant is het ergens duidelijk dat Frank de Boer ‘klaar’ is bij Ajax. Want ik mag dan een Ajacied in hart en nieren en groot fan van Frank, Marc en Edwin zijn, Ajax heeft het verlies gisteren volledig aan zichzelf te wijten. Uiteraard niet in de laatste plaats door het lamlendige spel tegen de Graafschap (dat er, eerlijk is eerlijk, letterlijk alles aan deed om Ajax uit z’n spel te halen, en met succes), maar toch vooral door de verliespunten door het seizoen heen die niet nodig waren. De late gelijkmaker tegen Roda JC, de met moeite uit het vuur gesleepte punt tegen Utrecht, de belachelijke puntendeling tegen NEC, het heeft de competitie spannender gemaakt dan strikt noodzakelijk. Natuurlijk, er waren ook mooie dingen; de 0-2 uitoverwinning bij PSV, de zes goals tegen Roda JC, maar ook het feit dat Ajax de minste tegendoelpunten kreeg dit seizoen; de schitterende goal van Bazoer tegen Feyenoord, de belangrijke goals van Cerny, de o zo belangrijke kopballen van Mighty Mike. Maar toch overheerst die grote teleurstelling, want Ajax staat met lege handen. PSV pakte voor het tweede jaar op rij de schaal en in Rotterdam zijn ze zo blij als een kind met de KNVB-beker.

Terug naar Frank de Boer; ik denk dat het ook voor De Boer zelf beter is als hij z’n heil elders zoekt. Hij heeft bij Ajax fantastische dingen gedaan, dingen die niemand ooit voor mogelijk hield. Hij gaf ons supporters op die inmiddels magische 15 mei 2011 die felbegeerde derde ster en legde in de seizoenen daarna een stevig fundament voor de vierde. Maar gedurende die seizoenen werd het voetbal steeds minder. Bepalende spelers vertrokken en de vervangers die werden aangetrokken voldeden maar zelden. Dat is geen kritiek op het salarisplafond, want ik ben er van overtuigd dat dat de juiste manier van zakendoen is, als je financieel gezond wenst te blijven. Het is echter wel kritiek op de scouting, die, samen met het technische hart, in sommige gevallen wel voor een heel klein dubbeltje op de eerste rang wilde zitten. Aan de andere kant; wij supporters zijn soms ook veel te snel te kritisch. Toen Milik en later Younes gepresenteerd werden, was de kritiek niet van de lucht. PSV had Luuk de Jong opgehaald en bij Twente liep een zekere Hakim Ziyech te verpieteren. En toch is het voor de niet onaanzienlijk deel aan de goals van onze Poolse en Duitse voorhoede te danken dat we op de laatste speeldag überhaupt nog meededen om de titel.

Wederom terug naar Frank de Boer; waar moet hij nu heen? Ik gun hem een mooie Engelse club, eentje die met regelmaat meedoet om de prijzen. En ik hoop voor hem dat de supporters hem daar net zo in de armen sluiten als wij tijdens z’n eerste half jaar. Want dat heeft hij verdiend. Na vier titels en twee tweede plekken in amper zes jaar tijd heeft hij dat gewoon verdiend. Net zo goed als hij een fantastisch afscheid heeft verdiend in een volle Arena. Met alle spelers die hij beter heeft gemaakt en die hij heeft moeten laten gaan. Want het staat als een paal boven water dat Frank de Boer spelers beter maakt. Alleen nu even niet meer bij Ajax.

En dan Ajax. Wat nu? We zijn geen kampioen geworden. En hoewel dat pijn doet, is het natuurlijk geen wereldramp. Het is een utopie om te denken dat je ieder jaar wel even kampioen wordt. Ook iedere twee jaar is onmogelijk. Vier jaar achter elkaar zoals we dit ‘gewend zijn’, is een zeldzaamheid. Ajax zal moeten gaan bouwen. Met een nieuwe trainer. En ongetwijfeld met een aantal nieuwe spelers. Maar zoals ieder jaar zie ik het volgende seizoen met vertrouwen te gemoed. Maar dat was ook zo geweest met Frank de Boer als coach van ons aller Ajax.

Een eventuele nieuwe trainer krijgt direct de kans om z’n stempel te drukken, want in juli al wacht de voorronde Champions League. Het zou lekker zijn voor het zelfvertrouwen van de spelers en het vertrouwen van de supporters als de groepsfase eens gehaald zou worden. Over overwinteren in de CL ga ik het niet hebben, dat is een stap te ver. Opnieuw beginnen met opbouwen, dat is het devies. En onthouden dat je Ajax bent! De club van Cruijf, Swart en Litmanen, maar ook de club van Frank, Edwin en Marc!

#wzawzdb

20 jaar geleden…

28 november 1995. 11:15 uur. Precies 20 jaar geleden…

In m’n Ajax-shirt en m’n Ajaxshawl om mijn nek zit ik thuis voor de TV. Ajax trapt af voor de Wereldbekerwedstrijd tegen het Braziliaanse Gremio van Filipe Scolari. Het is geen hoogstaande wedstrijd. Het eigenlijke hoogtepunt in de reguliere speeltijd is de rode kaart van Rivarola in 56ste minuut.

Een dag eerder, op 27 november, had ik nog heel stoer aan meneer van der Ham, vestigingsdirecteur van de Tinbergen MEAO aan de Groen van Prinsterlaan in Den Haag waar ik toen met enige regelmaat aanwezig was, gevraagd wat er zou gebeuren als ik een dag later na de kleine pauze afwezig zou zijn. Het antwoord laat zich raden. Op mijn opmerking dat hij me dan maar gelijk moest opschrijven omdat ik onder geen beding de wedstrijd ga missen, volgde een knorrig gebrom.

Na 90 minuten staat het nog steeds 0 – 0. In de woonkamer is de spanning inmiddels te snijden. Pa is er bij gaan staan en ik vreet de nagels die ik nog over heb op. Verlengen. Martijn Reuser is inmiddels in het veld gekomen voor ‘onze Fin’ Jari Litmanen en Marc Overmars heeft plaatsgemaakt voor Kanu. Twee keer hartverkrampende 15 minuten volgt. En nog steeds staat de brilstand op het bord (denk even de stem van Frits van Turenhout erbij: ‘null, null’). En dus volgen penalties. Gelukkig kent op dat moment nog niemand de term ‘penalty-trauma’…

De eerste pingel. Van der Sar tegenover Dinho. En die lange houdt em! Ik spring op van de bank, mijn vader juicht en ma schrikt zich in de keuken een hartverzakking. Die is binnen. Nu volgt Kluivert. De man die ‘ons’ zes maanden eerder tegen AC Milan hoogstpersoonlijk naar de winst had gepunterd. Tegenover Darnlei. En Kluivert mist. De verslaggever op de TV heeft het over ‘psychologisch voordeel dat weer weg is’, pa zakt weer terug in z’n stoel en ik verstop mijn hoofd in mijn handen. Weg voorsprong.

De volgende penalty. Arce gaat ‘em nemen. Tot mijn oneindige opluchting spat de pingel boven Van der Sar uiteen op de lat. In een roes hoor ik de verslaggever iets roepen over dichtgespijkerde doelen. We staan weer voor. Hierna volgen de Boertjes, Magno, Gélson en Adilson, en Finidi George. Ze falen allemaal niet. Dus ligt de, in mijn ogen loodzware last op de stevige schouders van aanvoerder Danny Blind. Hij kucht terwijl hij naar de stip loopt, hij legt de bal goed, neemt een aanloop… en scoort! In de woonkamer ontploffen pa en ik. Ajax wereldkampioen! Moeders komt even vragen of het allemaal wel goed gaat en de kat schiet blazend door het kattenluikje.

De volgende dag op school is een vreemde gewaarwording. Zelf klasgenoten die bekend staan als hardcore Feyenoorders feliciteren elkaar over en weer met de winst van Ajax. Op mijn vraag aan meneer Van der Ham wanneer ik moet terugkomen, krijg ik een chagrijnige blik en de mededeling dat het voor deze keer door de vingers gezien wordt.

Pas later hoor ik dat hij om 11:15 uur als enige nog op school was…

Beste Frank…

…wat is er aan de hand met je? Waar is de coach gebleven die bij een 5-0 voorsprong in de bloedhitte de boel bij elkaar stond te vloeken omdat de tegenstander een doelpunt maakte. Waar is de coach gebleven die haarfijn aanvoelde wat Ajax nodig had. Waar is de coach gebleven die ons op die o zo magistrale 15de mei van 2011 de derde ster bezorgde. Waar is die coach die ons aller Ajax in z’n eerste vijf jaar aan het roer vier schalen en een tweede plek bezorgde. Want gisteravond zag ik die coach nergens.

Lees meer