JacobFresco.NL

Het huis van een digitale zwerver

Herinneringen aan oma

Oma is 17 januari j.l. overleden. En hoewel ik al ruim vijf jaar geen contact meer had, zal het toch even wennen worden. Al is het maar omdat ik na bijna 36 jaar andere overburen krijg. Jaren geleden, in een ander leven, heb ik al eens wat herinneringen toevertrouwd aan het toetsenbord. Deze kwam ik, tijdens het digitaal kuisen van wat externe harde schijven, tegen. Het zijn mooie herinneringen, dus waarom zou ik die willen vergeten?

 

‘Kom op jongens, dan breng ik jullie naar oma’. Het is donderdagmiddag rond kwart voor vijf. Mama gaat werken en wij gaan naar oma waar papa ons dan rond zes uur op komt halen. Bij oma krijgen we een kopje thee en komt de doos met Lego en Playmobil te voorschijn. Met een klein stemmetje vraag ik ‘Oma, mogen we wat kopen?’ Oma kijkt en zegt ‘ja hoor, we lopen wel even naar Elja’ We komen terug met een nieuw doosje Lego. Om zes uur komt papa ons halen en gaan we naar boven om te eten. Het doosje Lego verdwijnt in de kast, bij de rest, zodat iedereen er mee kan spelen.
Rond 1986

Zo, weer een werkdag voorbij. Nadat ik mijn fiets in de schuur heb neergezet besluit ik een bakkie te gaan doen bij oma. Het is uiteindelijk pas half vijf dus dat kan wel. Eenmaal aan de thee, raken oma en ik verstrikt in een discussie die algauw uitkomt bij de hedendaagse politiek en vooral ‘die illegalen’. Tante Mary zit erbij en hoort het allemaal aan. Rond half zes gooit oma mij er uit omdat ze gaan eten. Ik wens oma en tante Mary smakelijk eten en ga naar boven.
Rond 1999

Met mijn rijbewijs wil het niet echt vlotten. Dus heb ik weer een brommer gekocht. Eigenlijk wil oma geen brommers in de schuur maar ze vind het ook zonde dattie buiten moet blijven staan, want ‘daar knapt zo’n ding toch niet van op’. Op mijn tegenwerpingen dat ik er een hoes omheen gekocht heb zegt oma dat ze het zonde zou vinden als er wat mee gebeurd, dus moet hij maar in de schuur staan.
Rond 2000

Eindelijk is het dan zover. Ik heb mijn eigen huis. En beter nog, ik ga er ook wonen. Tegenover oma, naast pa en & ma. Oma snapt niet echt dat ik het gekocht heb, maar ze vind het wel prettig dat ik er ben komen wonen, want dan heeft ze altijd iemand aan de overkant.
Eind 2003

Ja, eindelijk. Ik heb een andere baan, in Rijswijk. Oma vraagt altijd hoe het is en of ik het er naar mijn zin heb. Ze vraagt ook regelmatig wat ik dan moet doen. Zodra ik begin met uitleggen is oma de draad alweer kwijt, ‘iets met computers’, maar ze luistert aandachtig en zegt op alles ‘ja’. Oma heeft nooit precies begrepen wat voor werk ik deed.
Halverwege 2006

Een ding van oma zal ik me in ieder geval blijven herinneren en ik denk met mij alle kleinkinderen: oma’s tomatensoep. Mama heeft jaren geprobeerd om haar tomatensoep net zo te laten smaken, maar het is nooit gelukt. Oma’s tomatensoep was van een soort apart. En vaak een reden om nog even beneden te blijven zitten.

Oma, we waren het zeker de laatste jaren niet altijd eens, vaker niet dan wel. Heb ik spijt van de afgelopen jaren? Nee, en u hopelijk ook niet. Het is wat het is. Maar ik heb toch ook hele prettige herinneringen. Die wil ik vasthouden. Mocht u boven opa tegengekomen zijn, doe ‘em dan maar de hartelijke groeten van me!

En nu? Nu niks. Ik leef inmiddels een ander leven. Getrouwd, papa van twee prachtige kinderen. M’n fiets staat boven, de scooter gewoon buiten, als ik na mijn werk trek heb in een bakkie doe ik dat thuis, bij Claudia. Maar als ik voor het raam sta, kijk ik toch nog steeds naar beneden, uit gewoonte. De neiging om te zwaaien als ik iemand zie bewegen als ik uit de auto stap zal moeten slijten. En er komt binnenkort iemand anders tegenover me wonen. Het zal wennen worden…

En nu is het dan zover…

Een jaar geleden schreef ik over je laatste jaar als niet-schoolgaand kind. Ongemerkt en veel te snel is dat jaar voorbij gegaan. En nu ben je vier jaar. En dus moet je naar school. En hoewel papa vier jaar de tijd heeft gehad om aan dat idee te wennen, komt het toch veel te plotseling. Want alles wat je tot nu toe geleerd hebt, heb je van papa en mama geleerd. Je eerste woordje brabbelde je tegen mama, je eerste stapjes zette je aan mijn handen. Met mama leerde je puzzelen, met papa zette je hele Lego-werelden in elkaar. En nu ga je een hele nieuwe wereld ontdekken. Eentje van lezen en schrijven, van nieuwe vriendjes en vriendinnetjes. Maar vooral; van leren zonder papa en mama. En ik mag dan een grote, volwassen vent zijn; dat doet pijn en ik heb het er verbazingwekkend moeilijk mee.

Papa en mama geloven dat we de best mogelijke school voor je hebben uitgezocht. Maar je komt in de klas bij een net afgestuurd meiske, juf Kimmie. Dat kan toch nooit goed gaan? En wat kan die, ongetwijfeld buitengewoon charmante jongedame jou nou leren dat wij niet kunnen? Gelul van de bovenste plank natuurlijk. Papa en mama zijn allerminst achterlijk, maar beiden uitermate ongeschikt als docent. En juf Kimmie gaat zonder twijfel een prima juffie voor je worden. En jij gaat het ongetwijfeld prima doen, want dom ben je zeker niet. Maar toch…

De rationale vader in mijn linker hersenhelft vertelt mij dat je toe bent aan school, aan de uitdaging, aan een nieuwe omgeving en dat de tijd daar is. De overbezorgde papa in de rechter hersenhelft echter, denkt daar heel anders over. Die zou je het liefst in je kamer opsluiten en thuis lesgeven tot je ongeveer 28 bent. Alles om maar te voorkomen dat er iets met je gebeurd. Dat gaan we natuurlijk niet doen. Je moet zelf eropuit, spelen, rennen, ontdekken, hard vallen, opstaan, uithuilen en weer vrolijk verder stappen. En dat liefst zo vaak mogelijk. Zo werkt het leven nu eenmaal. Daar leer je van. Daar wordt je ‘hard’ van en daar ontwikkel je een dikke huid mee die je later alleen maar gaat helpen. En ik weet dat ook wel, dat het zo moet gaan.

Maar je bent nog zo klein! Eergisteravond heb ik nog liedjes voor je zitten zingen aan de rand van je bed omdat je, door de koorts, in je slaap lag te huilen. En toen we terugkwamen van onze midweek weg, heb ik je slapend in mijn armen naar boven gedragen omdat je, ondanks je vaste voornemen wakker te blijven, toch in de auto in slaap was gevallen. Toen ik je op bed legde, zag ik behalve die grote meid die je zo verschrikkelijk graag wil zijn, toch vooral dat lieve kleine meisje waar ik zo ontzettend veel van hou. Dat kleine meisje dat haar eerste voorzichtige stapjes zette, haar knuistjes stevig vastgeklemd in papa’s grote kolenschoppen. Dat kleine meisje waarvan ik niet wil dat ze verdwijnt. Maar dat kleine meisje zal uiteindelijk wel verdwijnen. Ze zal opgaan in oudere versies die met iedere stap zelfstandiger worden. En die mijn handen niet meer nodig hebben om te stappen.

Men zegt dat iedere leeftijd z’n charmes heeft. En dat is ongetwijfeld zo. Maar voor nu ben ik dolgelukkig met mijn grote kleine meid die morgen voor het eerst naar school gaat. En ik ga mee. Tuurlijk ga ik mee! En ik weet nu al dat ik het er moeilijk mee zal hebben. Maar ik weet ook dat ik ’s middags apetrots op haar zal zijn, als ze thuis ongetwijfeld vol enthousiasme verhaalt over haar nieuwe ervaringen. En uiteindelijk groei ook ik hierdoor. Als papa, als vader.

En dan zal ik denken; ‘k*t, over vier jaar heb ik dit weer‘…

20 jaar geleden…

28 november 1995. 11:15 uur. Precies 20 jaar geleden…

In m’n Ajax-shirt en m’n Ajaxshawl om mijn nek zit ik thuis voor de TV. Ajax trapt af voor de Wereldbekerwedstrijd tegen het Braziliaanse Gremio van Filipe Scolari. Het is geen hoogstaande wedstrijd. Het eigenlijke hoogtepunt in de reguliere speeltijd is de rode kaart van Rivarola in 56ste minuut.

Een dag eerder, op 27 november, had ik nog heel stoer aan meneer van der Ham, vestigingsdirecteur van de Tinbergen MEAO aan de Groen van Prinsterlaan in Den Haag waar ik toen met enige regelmaat aanwezig was, gevraagd wat er zou gebeuren als ik een dag later na de kleine pauze afwezig zou zijn. Het antwoord laat zich raden. Op mijn opmerking dat hij me dan maar gelijk moest opschrijven omdat ik onder geen beding de wedstrijd ga missen, volgde een knorrig gebrom.

Na 90 minuten staat het nog steeds 0 – 0. In de woonkamer is de spanning inmiddels te snijden. Pa is er bij gaan staan en ik vreet de nagels die ik nog over heb op. Verlengen. Martijn Reuser is inmiddels in het veld gekomen voor ‘onze Fin’ Jari Litmanen en Marc Overmars heeft plaatsgemaakt voor Kanu. Twee keer hartverkrampende 15 minuten volgt. En nog steeds staat de brilstand op het bord (denk even de stem van Frits van Turenhout erbij: ‘null, null’). En dus volgen penalties. Gelukkig kent op dat moment nog niemand de term ‘penalty-trauma’…

De eerste pingel. Van der Sar tegenover Dinho. En die lange houdt em! Ik spring op van de bank, mijn vader juicht en ma schrikt zich in de keuken een hartverzakking. Die is binnen. Nu volgt Kluivert. De man die ‘ons’ zes maanden eerder tegen AC Milan hoogstpersoonlijk naar de winst had gepunterd. Tegenover Darnlei. En Kluivert mist. De verslaggever op de TV heeft het over ‘psychologisch voordeel dat weer weg is’, pa zakt weer terug in z’n stoel en ik verstop mijn hoofd in mijn handen. Weg voorsprong.

De volgende penalty. Arce gaat ‘em nemen. Tot mijn oneindige opluchting spat de pingel boven Van der Sar uiteen op de lat. In een roes hoor ik de verslaggever iets roepen over dichtgespijkerde doelen. We staan weer voor. Hierna volgen de Boertjes, Magno, Gélson en Adilson, en Finidi George. Ze falen allemaal niet. Dus ligt de, in mijn ogen loodzware last op de stevige schouders van aanvoerder Danny Blind. Hij kucht terwijl hij naar de stip loopt, hij legt de bal goed, neemt een aanloop… en scoort! In de woonkamer ontploffen pa en ik. Ajax wereldkampioen! Moeders komt even vragen of het allemaal wel goed gaat en de kat schiet blazend door het kattenluikje.

De volgende dag op school is een vreemde gewaarwording. Zelf klasgenoten die bekend staan als hardcore Feyenoorders feliciteren elkaar over en weer met de winst van Ajax. Op mijn vraag aan meneer Van der Ham wanneer ik moet terugkomen, krijg ik een chagrijnige blik en de mededeling dat het voor deze keer door de vingers gezien wordt.

Pas later hoor ik dat hij om 11:15 uur als enige nog op school was…

Waardigheid? Voor wie dan?

Vandaag is het 77 jaar geleden dat de Kristallnacht plaatsvond. Voor de historisch iets minder onderlegden onder ons: de Kristallnacht was de opmaat naar de Holocaust en prelude voor de Endlösung. Vanavond is de officiële herdenking. Gisteravond vond bij het Joods Verzetsmonument aan de Amstel de ‘alternatieve’ herdenking plaats. Deze herdenking wordt ieder jaar georganiseerd door het Platform Stop Racisme en Uitsluiting. Op zich niks mis mee zou je denken. Totdat je leest welke sprekers er zijn uitgenodigd voor deze editie: Haneen Zoabi en Youness Ouaali. Beiden geen mensen die ik thuis zou uitnodigen voor een kopje thee, maar dat is uiteraard ieder voor zich.

Haneen Zoabi is vooral bekend als fervent tegenstandster van de staat Israël, is eveneens en misschien nog wel ferventer aanhangster van terroristenbende Hamas en zit, jawel, in de Knesset, het Israëlische parlement. Youness Ouaali is een Amsterdamse broodjeskoopman die het op Facebook nodig vond om op te roepen tot geweld tegen Israelische toeristen (geen kinderen, dat dan weer niet) en vervolgens van Jeroen Pauw de gelegenheid kreeg om deze waanzin op landelijke TV te verdedigen.

Wellicht ten overvloede; tijdens de Kristallnacht sloegen de Nazi’s in Duitland duizenden winkels en bedrijven van Joden kort en klein en werden eveneens duizenden synagogen in brand gestoken. Ook huizen, scholen en ziekenhuizen waren doelwit en de brandweer werd verboden om branden bij joden te blussen. 400 joden verloren hun leven tijdens de Kristallnacht. Dat gegeven is voor het Platform echter geen enkele reden om na te denken over wie ze uitnodigen.

Haneen Zoabi riep onlangs op om het Palestijnse geweld tegen Israëliërs (meer bepaald: Israelische joden) te laten aanzwellen tot de ‘derde Intifada’. En Ouaali vroeg zich op Facebook af of het niet eens tijd werd om willekeurige Israëlische toeristen in Nederland in elkaar te slaan. Dat op zich is al een ranzig gegeven, maar meneer kreeg vervolgens van Jeroen Pauw geen enkele tegenwerping tijdens zijn ’15-minutes-of-fame’. En dit soort mensen spreken tijdens een herdenking van joodse slachtoffers. Een gotspe, om er maar eens een mooie yiddisch woord tegenaan te gooien.

Helemaal schandalig is echter de reactie van de Amsterdamse burgemeester Van der Laan op een demostratie-aanvraag van tegenstanders van het Platform. Zij kregen géén toestemming om te demonstreren bij het monument:

‘Ik bericht u dat de in uw kennisgeving genoemde vlaggen en spandoeken in combinatie met uw doelstelling zich niet verhouden met hetgeen waar dit monument en deze herdenking symbool voor staan. Dat raakt de waardigheid en kan zelfs tot reacties, confrontaties en uiteindelijk wanordelijkheden leiden. Dit betekent ook dat uw protestvorm in de directe nabijheid van de herdenking niet wordt geduld.’

De wereld op z’n kop is nog zacht uitgedrukt. Dus Israëlische vlaggen en joodse muziek bij een monument voor Joodse slachtoffers mag niet, maar het oproepen tot geweld tegen diezelfde joden bij dat monument voor joodse slachtoffers is voor heer Van der Laan geen enkel probleem. Dat mevrouw Zoabi daarbij ook nog eens baarlijke nonsense uitkraamt (‘zij had zich in 1948 niet etnisch laten zuiveren’ terwijl ze geboren is in 1969 en het feit dat ze Israël vergelijkt met Nazi-Duitsland) en alsnog probeerde de tegendemonstranten (die zoals gezegd niet bij het monument in de buurt mochten komen) de mond te snoeren omdat mevrouw nu eenmaal slecht tegen kritiek kan, dat is ook geen probleem.

Owja, misser van de avond: het NOS-journaal dat spreekt over ‘DE’ Kristallnachtherdenking. Oeps, foutje, bedankt. Nee meneer Gelauff, de officiele herdenking is vanavond, in de Esnoga, de Portugese synagoge in Amsterdam. Alwaar Eberhart van der Laan zal schitteren door afwezigheid…

Wanneer gaan we in Nederland nou eens snappen dat mensen als Youness Ouaali en Haneen Zoabi niet bevorderlijk zijn voor vrede. Zoabi zit dan wel in de Knesset, maar zou geen traan laten als Israël morgen zou ophouden te bestaan. Ouaali roept op tot geweld omdat in zijn optiek Israël de agressor is. Over het vele Palestijnse geweld t.o.v. onschuldige Israelische burgers zoals het echtpaar Henkin, hoor je hem dan weer niet. Beiden verpakken het antisemitisme in hun uitspraken zorgvuldig als kritiek op Israël. En hebben de mond vol van vrijheid van meningsuiting. Maar zodra je kritiek hebt op hun uitspraken of ze aanspreekt op het antisemitisme in de uitspraken, is diezelfde vrijheid ineens niet meer van toepassing. Dan spelen ze met verve het slachtoffer. In dit geval bij een monument voor echte slachtoffers. En dat is de echte gotspe!