20 jaar geleden…

Jacob Fresco - 28/11/2015 - Opinie /

28 november 1995. 11:15 uur. Precies 20 jaar geleden…

In m’n Ajax-shirt en m’n Ajaxshawl om mijn nek zit ik thuis voor de TV. Ajax trapt af voor de Wereldbekerwedstrijd tegen het Braziliaanse Gremio van Filipe Scolari. Het is geen hoogstaande wedstrijd. Het eigenlijke hoogtepunt in de reguliere speeltijd is de rode kaart van Rivarola in 56ste minuut.

Een dag eerder, op 27 november, had ik nog heel stoer aan meneer van der Ham, vestigingsdirecteur van de Tinbergen MEAO aan de Groen van Prinsterlaan in Den Haag waar ik toen met enige regelmaat aanwezig was, gevraagd wat er zou gebeuren als ik een dag later na de kleine pauze afwezig zou zijn. Het antwoord laat zich raden. Op mijn opmerking dat hij me dan maar gelijk moest opschrijven omdat ik onder geen beding de wedstrijd ga missen, volgde een knorrig gebrom.

Na 90 minuten staat het nog steeds 0 – 0. In de woonkamer is de spanning inmiddels te snijden. Pa is er bij gaan staan en ik vreet de nagels die ik nog over heb op. Verlengen. Martijn Reuser is inmiddels in het veld gekomen voor ‘onze Fin’ Jari Litmanen en Marc Overmars heeft plaatsgemaakt voor Kanu. Twee keer hartverkrampende 15 minuten volgt. En nog steeds staat de brilstand op het bord (denk even de stem van Frits van Turenhout erbij: ‘null, null’). En dus volgen penalties. Gelukkig kent op dat moment nog niemand de term ‘penalty-trauma’…

De eerste pingel. Van der Sar tegenover Dinho. En die lange houdt em! Ik spring op van de bank, mijn vader juicht en ma schrikt zich in de keuken een hartverzakking. Die is binnen. Nu volgt Kluivert. De man die ‘ons’ zes maanden eerder tegen AC Milan hoogstpersoonlijk naar de winst had gepunterd. Tegenover Darnlei. En Kluivert mist. De verslaggever op de TV heeft het over ‘psychologisch voordeel dat weer weg is’, pa zakt weer terug in z’n stoel en ik verstop mijn hoofd in mijn handen. Weg voorsprong.

De volgende penalty. Arce gaat ‘em nemen. Tot mijn oneindige opluchting spat de pingel boven Van der Sar uiteen op de lat. In een roes hoor ik de verslaggever iets roepen over dichtgespijkerde doelen. We staan weer voor. Hierna volgen de Boertjes, Magno, GĂ©lson en Adilson, en Finidi George. Ze falen allemaal niet. Dus ligt de, in mijn ogen loodzware last op de stevige schouders van aanvoerder Danny Blind. Hij kucht terwijl hij naar de stip loopt, hij legt de bal goed, neemt een aanloop… en scoort! In de woonkamer ontploffen pa en ik. Ajax wereldkampioen! Moeders komt even vragen of het allemaal wel goed gaat en de kat schiet blazend door het kattenluikje.

De volgende dag op school is een vreemde gewaarwording. Zelf klasgenoten die bekend staan als hardcore Feyenoorders feliciteren elkaar over en weer met de winst van Ajax. Op mijn vraag aan meneer Van der Ham wanneer ik moet terugkomen, krijg ik een chagrijnige blik en de mededeling dat het voor deze keer door de vingers gezien wordt.

Pas later hoor ik dat hij om 11:15 uur als enige nog op school was…