Jan Sloot: uitvinder of oplichter?
Als je net zoals steller dezes werkzaam bent in de IT, dan komt ééns in de zoveel tijd het verhaal van ‘de broncode‘ voorbij zoemen. En tot enige tijd geleden nam ik het verhaal telkens ter kennisgeving aan. Tot ik het in digitale vorm tegenkwam en op m’n e-reader zette. Toen ik vervolgens de audioversie toegespeeld kreeg via Maurice Duijndam kon ik er niet meer onder vandaan: ook ik zou mijzelf onderdompelen in het fantastische verhaal van de uitvinding van de eeuw!
Na een week luisteren (al forensend tussen Den Haag en Amsterdam), hink ik op twee gedachten. Enerzijds wil ik geloven dat de Groninger Jan Sloot inderdaad de uitvinding van de eeuw heeft gedaan (al was het maar omdat ik een zwak heb voor sociaal gemankeerde maar tevens briljante mensen), maar de in jaren verzamelde technische bagage zegt me dat er wat hiaten in het verhaal zitten. Aan de andere kant: het feit dat ik nu op mijn TV draadloos HD-films (bv. via DLNA) kan bekijken zou in 1999 net zo onmogelijk hebben geleken.
Ik wil graag geloven dat de uitvinding van Jan Sloot, het Sloot Digital Coding System (SDCS), daadwerkelijk werkt. Het zou een ommekeer in de almaar uitdijende behoefte voor opslagruimte hebben betekend. Een gemiddeld radiostation (mijn huidige werkterrein) zou aan een simpel PC’tje met een harde schijf van een gigabyte meer dan voldoende hebben gehad voor de opslag van zo’n beetje alle audio die er bestaat. Om over Video-On-Demand en soortgelijke initiatieven nog maar te zwijgen.
Maar ergens in mijn achterhoofd blijft er een klein stemmentje vervelend aanwezig. Dat stemmetje roept dat Jan Sloot ook wel eens heel goed een hele gewiekste oplichter had kunnen zijn. Een nu dode oplichter, dat wel, maar niettemin een oplichter. Enige naspeuring op het Internet leert dat ik niet de enige ben die er eventueel zo over zou kunnen denken. Een simpel rekensommetje dat op de Wikipedia van de uitvinder staat lijkt te bewijzen dat zijn beweringen op z’n zachtst gezegt niet kloppen
Films bestaan uit beeldjes die achter elkaar uitgezonden worden. Stel we nemen alleen de films in beschouwing die uit puur zwarte en puur witte beeldjes bestaan. Om dit soort films op te slaan heb je precies één bit per beeldje nodig.
Stel we nemen alleen de puur zwart of witte “films” in beschouwing van precies 8193 beeldjes lengte. Hoeveel mogelijke “films” zijn er dan? Dat zijn er 28192.
Met 1 kilobyte beschik je over 8*1024 = 8192 bits. Het aantal mogelijke sleutels dat we hiermee kunnen maken is 28192. Bijgevolg bestaan er meer films dan er sleutels zijn. Hiermee is bewezen dat Jan Sloot films niet in één enkele sleutel kon samenvatten.
Wat ik niet begrijp is dat techneuten als Carel Jan Van Driel (inmiddels Vice President Technology and Standards bij Philips) en de mannen van Sun Microsystems bovenstaande berekening niet konden maken en dat ook de technische man van Roep Pieper, Marius Abel, deze toch flinke hiaat niet heeft gezien. Tenzij Jan Sloot een manier gevonden heeft om volledig en letterlijk out-of-the-box een nieuwe manier van opslag te bedenken. Er zijn na de dood van Jan Sloot meer vragen bijgekomen dan dat er daadwerkelijk beantwoord zijn…

Posted on oktober 5, 2011 at 5:51 pm
De werkelijke waarheid zullen we nooit meer achterhalen omdat andere belangen een zwaarder gewicht hebben.
Op http://jansloot.telcomsoft.nl/Sources-3/Dna/NL_Dna.htm staat een demo die veel gelijkenis vertoond.
Chris